
Voor het derde jaar op rij werd gisteren de Herman de Coninckprijs uitgereikt door initiatiefnemer
Boek.be. Met deze poëzieprijs wordt er telkens de
beste dichtbundel, het beste
poëziedebuut én het
beste gedicht van het afgelopen jaar bekroond.
De
Herman de Coninckprijs voor beste Nederlandstalige dichtbundel gaat naar
Nieuwe sterrenbeelden van
Peter Verhelst. Hij ontvangt hiervoor een geldprijs van 6000 EUR.
Volgens de jury - bestaande uit Lieve Coppens, Lisbeth Imbo, Friedl' Lesage, Marc Reynebeau en Piet Piryns - schreef
Peter Verhelst een
"prachtige, met vakmanschap geconcipieerde bundel".
De overige vier genomineerde dichtbundels waren De vrijheid van zwijgen (Johan de Boose), Lagerwal (Luuk Gruwez), Vervalsingen (Herman Leenders) en Omdat ik ziek werd (Bart Meuleman).
Met de Debuutprijs 2009, goed voor 1000 EUR, lauwerde de jury Willem van Zadelhoof voor z'n poëziebundel Tijd en Landen.
De Herman de Coninckprijs voor het beste gedicht werd gekozen door maar liefst 5281 mensen, die online hun stem uitbrachten op vijf gedichten uit de genomineerde dichtbundels. Het gedicht Moeders van Luuk Gruwez won overtuigend met ruim 1500 voorkeurstemmen.
Morgen, op gedichtendag, wordt een poster met dit gedicht gratis verspreid bij alle deelnemende Vlaamse boekhandels.
Moeders
Men herkent ze van ver en van vroeger: altijd in rep
en roer,
Altijd dat vertrouwde rumoer. Of wij het niet te koud hebben
misschien, dat onze jas wat hoger moet geknoopt, dat wij
die slechte vrienden beter kunnen mijden. Et cetera,
et cetera. Zij zijn van overdosissen voorzichtigheid vervuld,
van levenslang et cetera, stupide stuwingen in buik en boezem.
Fluorescente details, eeuwenoud van eenvoud: spermavlekken die zij
stil, met dromerige ogen uit de lakens van hun zonen wassen,
meisjes die zij halsoverkop uit de vrouwen moeten wissen
die zij tussentijds geworden zijn. Het kan in goede moeders
allemachtig sneeuwen, voornamelijk wanneer geen mens
het al verwacht, begin november, zodra de doden victorie kraaien.
Zij geven kleuters sjaals en wollen wanten mee. Bananen.
Iets dappers tegen tranen. En van hun eigen moeders die hun
meer en meer ontglippen, worden zij de laatste moeders. Tot zij
de handen wantrouwen die hen niet langer vasthouden kunnen.
November wordt het niet, november valt. Als avond.
Lucht verplaatst zijn diepste rood in bladeren van beuk en eik.
En wegens alles wat zij niet meer kunnen houden, houdt hij op:
hun wereld vol et cetera, et cetera en totterdood.
Uit: Luuk Gruwez, "Lagerwal", 2008, p.9.
Meer info via www.boek.be